Een veelbelovende start - Pesten op de Werkvloer
pesten,gepest,werkvloer,werk,pesten op de werkvloer,pesten op het werk
19263
post-template-default,single,single-post,postid-19263,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-7.0,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.5,vc_responsive

Een veelbelovende start

26 feb Een veelbelovende start

Ik werkte vanaf 2010 bij een middelbare school als docent. Ik had het er vier jaar lang naar mijn zin. De sectie zat niet erg gezellig in elkaar, maar ach, ik had leuke collega`s en leuke leerlingen. Het sectiehoofd was erg rigide en star. Hij wilde dat alles bleef, zoals het al jaren liep. Hij was er erg trots op dat het in zijn lessen zo stil was dat je er een speld kon horen vallen. Iedereen grapte daarover, maar de leerlingen waren bang voor deze man. Ik noem deze man verder P.

Innovatie was niet mogelijk, omdat hij altijd het woord over nam en alles beter wist. In mijn eigen lessen maakte ik er met mijn leerlingen zoveel mogelijk van, de leerlingen kwamen graag naar mijn lessen. Ook werd ik mentor wat mij goed af ging. Leuke tijd en ook goed contact met ouders gehad. Ik wist dat ik een geliefde docent was.
In 2012 haalde ik mijn  tweedegraads bevoegdheid. Ik twijfelde over het doorgaan met een Masteropleiding, omdat ik wist dat als ik zou stoppen met studeren ik het later niet meer zou oppakken, ik was inmiddels 46 en keek ik wel naar andere scholen waar meer ruimte was voor ontplooiing. Twee directieleden stimuleerden mij echter om op deze school te blijven en zagen geen bezwaar in het verder studeren. Dat zijn mondelinge gesprekken geweest in een veilige sfeer van vertrouwen. Ik zette dus de Masteropleiding in. Vanaf dat moment ontstond er voor mij een situatie, die ik de zwartste periode van mijn leven noem, omdat ik nu nog de negatieve effecten ervan met mij meedraag.

Aan de kant geschoven

De schooldirecteur ging met pensioen en er kwam een nieuwe schooldirecteur. Een jaar later kwam er een nieuwe afdelingsdirecteur voor mijn afdeling, ook wegens pensioen van de afdelingsdirecteur.  In de wisseling van de directies merkte ik dat P. collega’s tegen mij begon op te zetten en mij expliciet buitensloot. Bij een bijeenkomst voor de inrichting van het toets programma, waar ik bij uitgenodigd was, vroeg hij mij recht op de man af wat ik kwam doen. Collega`s hebben dat ook gehoord. Vervolgens ging hij demonstratief met de rug naar mij toe zitten en zijn kennis met anderen delen (hij was goed met PTA; dit is een programma van toetsing en afsluiting). Ook dát hebben collega`s gezien. Na de bijeenkomst zouden wij zelf aan de slag gaan.  P. liep gewoon weg, evenals de andere vakcollega. Zonder mij ook uit te nodigen om mee te doen. Iedereen ging zijn eigen PTA maken. Ik bleef achter met de afdelingsdirecteur, die zei dat hij mij wel zou helpen…

Tegen het einde van het schooljaar werden de klassen voor het volgende schooljaar ingedeeld. Ik was blij dat ik HAVO 4 klassen kreeg, omdat uren in de bovenbouw klassen een vereiste is voor de Masteropleiding. Toen de vakantie net begonnen was, kreeg ik een telefoontje en mailtje dat, vanwege medische redenen van de collega P., ik de HAVO 4 klassen niet zou krijgen. P. draaide deze klassen namelijk altijd en een specialist had gezegd dat daar geen verandering in mocht komen.  Er waren twee klassen HAVO 4, dus stelde ik voor om ieder dan één HAVO 4 klas les te geven. Dit werd geweigerd. Ik had bijgevolg geen bovenbouw uren. Ik was zo stom om te zeggen, dat ik mij dat jaar dan wel zou redden. Ik draaide zelfs zware Basis Kader klassen, die veel energie wegsluisden. Deze energie had ik eigenlijk voor de eerstegraads activiteiten nodig.
Bij een  andere collega mocht ik voor de nodige vaardigheden, nodig voor de Master opleiding, zijn klassen delen. Intuïtief voelde ik dat er een vuil spelletje werd gespeeld. P. heeft namelijk helemaal geen bovenbouw bevoegdheid en was niet van plan om de eerstegraads opleiding te gaan doen. Ik merkte dat hij het management ingepakt had.
Ik was erg nerveus en ging verdrietig de vakantie in. Je voelde dat er corrupte dingen gebeurden. Ik begreep ook niet, dat ze niet blij waren met mijn studie. P. had immers geen eerstegraads bevoegdheid, maar werkte al meer dan 30 jaar aan de school en was examen-coördinator.
De voorzitter van de MR gaf als tip, dat ik een bestuurslid mijn probleem kon voorleggen. Ik heb deze man een mail gestuurd over de gang van zaken. Hij gaf als reactie terug, dat hij aan de directie het verzoek zou doorgeven om het probleem aan te pakken.
Ik kreeg  daarna ineens een mail van de directeur en de afdelingsdirecteur, dat er geen behoefte was dat ik de eerstegraads opleiding zou doen. Ik vond deze ommezwaai heel vreemd en ik voelde dat de geledingen zich gingen sluiten. Wel werd in dezelfde mail toegegeven dat de sfeer in de sectie niet goed was.

Buitengesloten

Het volgende schooljaar was veel te zwaar. Vooral het verdriet, dat jouw inspanningen voor een  eerstegraads opleiding niet gewenst waren, stak. Er was gelukkig  wel vervanging voor mijn studie uren. Dat was vreemd; er was immers gesteld dat er geen behoefte was aan een eerstegraads opgeleide! Ook was er subsidie voor deze regeling.
In de sectie Duits was de sfeer slecht. P. voerde bij alle vergaderingen het hoogste woord. Wat opviel, was dat, als ik met hem zaken wilde bespreken, hij nooit tijd had. Wel zaten er altijd andere collega’s, ook van Duits, met hem te praten. Deze collega’s gingen vervolgens steeds naarder en arroganter tegen mij doen.
De afdelingsdirecteur zat er ook heel vaak. Ik hoorde er steeds minder bij. De collega, die mijn begeleider was, gedroeg zich negatief. Als ik vakinhoudelijke nieuwigheden met hem wilde bespreken, maakte hij de opleiding belachelijk.
Een andere vrouwelijk collega, die ook bovenbouw had, keek mij met de nek aan, omdat ik gevraagd had om onder- en bovenbouw eerlijker te verdelen. Ik kon het prima met haar vinden, totdat ik vroeg om bovenbouw klassen. Ik heb aangekaart, dat ik er naar van werd en dat ik gepest werd (namelijk buitensluiten en werk onaangenaam maken).
Er is toen een mediation traject gestart. Alle sectieleden ondertekenden een intentieverklaring, omdat men het er wel mee eens was, dat het niet lekker liep. Een collega Duits had moeite met de gang van zaken en heeft letterlijk tegen mij gezegd: “Ik wil P. niet tegen mij krijgen.”. De mediator had met de sectie een gesprek. De afdelingsdirecteur en directeur zaten erbij. De sfeer was gespannen, maar we gingen met huiswerk uiteen.
Het huiswerk hield in met een bepaalde frequentie kort bij elkaar komen ter bevordering van de communicatie. Wij spraken elkaar namelijk te weinig. Een collega zou een logboek bijhouden, zodat we dat naar een volgende sessie konden meenemen.
In de praktijk veranderde er echter niets. In tegendeel. P. trok steeds meer op met de andere sectieleden Duits en zorgde dat ik nog meer buitenspel kwam te staan.